Tom POV
Ik haat een vliegtuig. Ik voel me er niet op mijn gemak en ik heb er vreselijk weinig plaats. Gelukkig zit er nu een wondermooi iemand naast mij. Onopvallend hou ik Mercy's hand stevig vast. Af en toe kijkt ze eens bemoedigend aan, met een blik van alles komt wel goed. Ik ben blij dat ze er is. Maar ik vind het wel een beetje zonde dat we het nog altijd verstoppen. Daarom hebben Mercy en ik besloten dat we het vertellen in onze avond in “ons” penthouse. Ik wou het eigenlijk op het vliegtuig doen, vanwege mijn angst. Maar dat vond Mercy te aanstellerig tegenover de andere mensen op het vliegtuig. We zitten wel in de business class, maar toch hé. Ik knijp nog wat harder, want ik denk dat ik een windvlaag voel aan de linkerflank. Nu begin ik het te knijpen. Ik heb zin om Mercy in mijn armen te nemen en haar dood te knuffelen. Om haar geur op te snuiven. Gewoon om me veilig te voelen. Maar dat gaat niet. Maar dan krijg ik een idee, het is misschien een beetje doorzichtig, maar ik heb nood aan haar, alsof ze een drug is waaraan ik zwaar verslaafd ben. Ik neem pen en papier en schrijf er een korte boodschap op: Toiletten, heb je nodig. Kom een beetje later zodat het niet te hard opvalt. Ik leg het nonchalant in haar schoot. Ze leest het en knikt eens. Ik sta op en loop richting toiletten. Na een paar minuten komt ook Mercy elegant, zoals altijd, aangelopen. Onmiddellijk neem ik haar in mijn handen en snuif ik haar geur op. Ik kan niet genoeg krijgen van haar geur. 'Alles komt ok Tommie.' Zegt ze. Over een paar uur zijn we van het vliegtuig en vanaf vanavond hoeven we niet meer stiekem te doen. Ik glimlach en geef haar een zacht kusje. ' Kom, laten we terug gaan.' Zegt ze als ik haar lippen los laat. 'Wacht even...' zeg ik en ik geef haar nog een laatste kus. 'Ik heb National Treasure mee, kijk je met mij mee?' zegt ze als we onderweg zijn naar onze plaatsen. Ik knik en eigenlijk valt de rest van de vlucht nog mee. In de luchthaven kan ik mijn geluk niet op. Van zodra we in het penthouse zijn valt mijn mond open. Dit is veel mooier dan thuis. Véél mooier. Ik ga direct naar onze kamer. Toen we het er in het vliegtuig over hadden stelde Georg direct voor dat Mercy en ik een kamer delen. Want ze zijn het toch gewoon, was zijn uitleg. En ik ben daar blij mee. Iedereen zit al in de zitkamer als ik me nog snel even verfris. Als ik er eindelijk ben steekt Mercy eindelijk van wal. We hebben afgesproken dat zij het woord voert. Zij is er beter in en van haar nemen ze meer aan. Ik ben doodnerveus als Mercy zegt: 'Jongens, ik heb groot nieuws...'
Mercy POV
De zenuwen gieren door mijn lijf op een snelheid waar een jaguar jaloers zou op zijn. 'Jongens, ik heb groot nieuws...' zeg ik om de spits af te bijten. 'Ik heb sinds kort een vriend.' Even zie ik 2 geschokte gezichten, die van Bill en Gustav. Maar Gustav herpakt zich snel en zegt: ' Ik wist het! Ik zag het aan je gezicht. Wie is de gelukkige? Ken ik hem?' Nog even haal ik diep adem. ' Ja je kent hem, je kent hem goed.' Nog even ademen. 'Het is Tom.' Stilte voor de storm. Zowel Gustav als Bill zijn te verbaasd om te reageren. Maar dan staat Bill op en omhelst me: 'Proficiat, ik hoop dat je mijn broertje gelukkig maakt.' Hij laat me los en loopt naar Tom. Ook Tom krijgt een omhelzing en de volgende woorden: 'We zijn niet meer met 2, maar ik ben er nog altijd.' Tom knikt en kijkt naar Gustav, die nog altijd verbaasd is. ' Ik ben zo blij dat het eindelijk wat geworden is.' Zegt hij uiteindelijk. Zowel ik, als Georg, Tom en Bill fronsen onze wenkbrauwen. 'Ik had het al lang door dat jullie verliefd waren, maar wijze Gustav hield zijn mond!' We lachen allemaal eens. Ben ik blij dat dit van mijn lever is. Nu hou ik me voor om nooit nog iets verborgen te houden voor mijn vrienden....
